Hoeveel ruimte mogen mensen innemen? Die vraag staat centraal in het afstudeerproject van Hardley Mijnals. Hij studeert af aan de master Architectuur bij ArtEZ Academie van Bouwkunst in Arnhem. In zijn onderzoek verkent hij hoe gebouwen ruimte kunnen delen met flora en fauna. En hoe we die op termijn weer kunnen teruggeven aan de natuur.

Als kind fietste Hardley Mijnals urenlang door woonwijken, om huizen te bekijken. “Ik vond architectuur geweldig. Ik ging daarna naar huis en probeerde plattegronden uit mijn hoofd na te tekenen. Later ontwierp ik complete woonwijken op ruitjespapier. Mijn hele slaapkamer lag vol.” Toch werd hij geen architect. Hij begon een carrière als installatieadviseur en liet die droom jarenlang liggen. Tot zijn kinderen zich ermee gingen bemoeien. “Mijn dochter zei: pap, dit is zó duidelijk jouw droom. Waarom doe je er niks mee?”
Hardleys afstudeeronderzoek begon met een boom in zijn tuin. Elk jaar bouwt daar een eksterpaar een nest. “Die eksters snoeien die boom. Ze breken takken af om hun nest te maken. Maar als de jongen zijn uitgevlogen, geven ze die plek weer terug aan de boom.” Dat bleef hangen. “Mijn kinderen gaan langzaam het huis uit. Maar ik kan mijn ruimte niet teruggeven aan de natuur. Mijn huis is daar helemaal niet op gebouwd.”
“Ik wilde onderzoeken hoe we kunnen bouwen zonder meer ruimte in beslag te nemen dan nodig is."
Vanuit die gedachte ontstond zijn afstudeerproject: een ontwerp waarin de leefruimte van mensen, dieren en planten als gelijkwaardig wordt gezien. “Ik wilde onderzoeken hoe we kunnen bouwen zonder meer ruimte in beslag te nemen dan nodig is. En hoe je ruimte later ook weer kunt teruggeven.”
Daaronder zit een persoonlijke motivatie die verder gaat dan architectuur alleen. Hardley deed jarenlang onderzoek naar zijn familiegeschiedenis. Zijn voorouders waren zowel tot slaafgemaakten als slavenhouders. “Ik ontdekte hoe machtssystemen eeuwenlang onrecht in stand hielden. En ineens zag ik dat wij nu ook leven in systemen die draaien op onrecht. Alleen nu richting flora en fauna.”
“Dat kwam behoorlijk binnen”, zegt hij. “Ik leef in een mooi huis. Ik bouw herinneringen op. Maar dat kan alleen omdat wij als mensen steeds meer ruimte opeisen.”



Tijdens de master merkte Hardley dat architectuur voor hem steeds minder ging over alleen ontwerpen. Een belangrijk moment kwam tijdens Plein, een jaarlijkse winterworkshop over thema’s aan de randen van het vakgebied. “Daar werd ik echt geconfronteerd met ecologische vraagstukken.”
Later zag hij foto’s van Tsjernobyl, waar de natuur verlaten gebouwen langzaam had overgenomen. “Toen dacht ik: misschien moet mijn afstudeerproject hierover gaan. Wat gebeurt er met gebouwen als de natuur terugkomt? Kun je gebouwen ontwerpen die meebewegen?” Dat onderzoek kreeg alle ruimte binnen de opleiding. “Tijdens de master kun je vrij denken. In de praktijk krijg je te maken met regels, budgetten en eisen. Maar hier mocht ik echt onderzoeken.”
“Ik dacht altijd dat architectuur vooral ging over tekenen en renders maken. Maar met verhalen kun je ook ontwerpen.”
Ook de gesprekken met docenten speelden daarin een grote rol. “Je wordt constant bevraagd. Waarom maak je deze keuze? Waarom moet het er zo uitzien? ‘Ik vind het mooi’ is geen antwoord. En juist daardoor ga je dieper nadenken.”
Hardley ontdekte ook iets anders tijdens de opleiding: dat verhalen vertellen misschien wel zijn grootste kracht is. “Ik dacht altijd dat architectuur vooral ging over tekenen en renders maken. Maar met verhalen kun je ook ontwerpen.”


Voor zijn eindpresentatie besloot Hardley iets opvallends te doen. “Zonder renders, spectaculaire visuals of een standaard presentatie. Ik wil laten voelen hoe flora en fauna een gebouw ervaren.” Hij maakte een kleine ruimte van 24 vierkante meter. In het midden stond alleen een maquette. Daaromheen lagen geurmonsters en andere zintuigelijke elementen. Zijn maquette was volledig grijs. “Veel dieren zien geen kleur. Dus ik wilde die menselijke blik juist weghalen.”
Tijdens de presentatie vertelde hij hoe dieren een plek ervaren. Hoe honden bijvoorbeeld geursporen lezen alsof het geschiedenis is. “Ik heb mijn project eigenlijk verteld vanuit het perspectief van flora en fauna.”
Hardley was tijdens de master ouder dan veel medestudenten én sommige docenten. Toch voelde dat volgens hem nooit als een probleem. “We maakten allemaal iets nieuws mee. Iedereen was zenuwachtig voor beoordelingen. Daardoor viel leeftijd eigenlijk weg.”
Hij heeft inmiddels zijn architectentitel op zak en bouwt langzaam aan een eigen praktijk. Alleen niet eentje die draait om prestigeprojecten of luxe villa’s. “Ik wil mezelf bij elke ontwerpkeuze kunnen afvragen: is dit rechtvaardig?”
“En twijfel je of je later nog aan een creatieve studie kunt beginnen? Laat je niet wijs maken dat het te laat is. Dat deed ik zelf namelijk wel. En kijk niet alleen naar wat anderen beter kunnen. Zoek uit waar jouw kracht zit. Bij mij werd dat verhalen vertellen. Dat had ik zelf nooit verwacht.”