Toen María Sánchez Aroca vanuit Spanje naar de Master of Music aan ArtEZ Conservatorium in Zwolle kwam, dacht ze vooral aan beter viool leren spelen. Technisch sterker worden en misschien ooit spelen in een groot orkest. Maar tijdens haar master begon ze een heel andere vraag te onderzoeken: wat gebeurt er met een stad als een orkest verdwijnt?

Voor haar final dook María in de geschiedenis van een jeugdsymfonieorkest uit haar geboortestreek in Zuid-Spanje. Dat onderzoek bracht haar niet alleen dichter bij muziek, maar ook dichter bij haar familie, haar stad en zichzelf.
María groeide op in Cieza, een kleine stad in de regio Murcia in Zuid-Spanje. Daar ontstond meer dan honderd jaar geleden de Orquesta de San Juan, een orkest dat later uitgroeide tot het Jeugd Symfonieorkest van Cieza. “Veel families hadden weinig geld en het conservatorium zat in een andere stad. Voor mensen zoals mijn moeder was het onmogelijk om ergens anders muziek te gaan studeren. Dat orkest gaf mensen de kans om muziek te leren in hun eigen stad.” Haar moeder leerde daar viool spelen en gaf die liefde voor muziek later door aan haar dochter. “Daardoor begon ik zelf ook met muziek. Ik wilde altijd viool spelen, geen ander instrument.”
Het orkest ontstond vanuit de processietraditie in de regio, maar kreeg later een veel grotere rol in de stad. Toch verdween het orkest 37 jaar geleden door financiële problemen en het vertrek van de dirigent. “De orkestcultuur verdween voor een lange tijd. Vooral voor strijkinstrumenten had dat veel impact.”
"Ik voel me nu niet meer alleen trots als ik goed speel, maar ook als ik iets kan betekenen voor andere mensen.”
Voor haar onderzoek interviewde María oud-leden van het orkest en inwoners van Cieza. “Tijdens de interviews stelde ik steeds dezelfde vraag: had je zonder dit orkest muziek kunnen studeren? Het antwoord was altijd nee.” Ze ontdekte hoeveel invloed het orkest nog steeds heeft op de stad. “Veel oud-leden werken nu als docent, spelen in professionele orkesten of begonnen nieuwe muziekinitiatieven. Eigenlijk kwam bijna alles wat we nu hebben voort uit dat orkest.”
“Eerst dacht ik dat dit onderwerp niet geschikt was voor artistiek onderzoek. In Spanje is een thesis vooral theoretisch en schrijf je een paper. Ik dacht niet dat je iets persoonlijks kon gebruiken.” Dat veranderde aan ArtEZ Conservatorium in Zwolle. “Ik kwam eigenlijk naar Zwolle vanwege mijn docent Sarah Kapustin. Zwolle zelf kende ik helemaal niet. Ik volgde een masterclass bij haar in Madrid en dacht meteen: ik wil van haar leren. Ze staat heel open voor verschillende manieren van muziek maken. Juist die open manier van werken gaf mij het gevoel dat mijn persoonlijke verhaal ook onderdeel van mijn kunst mocht zijn.”


Voor haar final maakt María een performance waarin al die verhalen samenkomen. Ze combineert een bestaand muziekstuk voor strijkkwintet met opgenomen audio, stemmen uit interviews en geluiden uit percussie. “Het is oude muziek, maar gepresenteerd op een moderne manier.” Ook reacties van inwoners kregen een plek in haar performance. “Toen ik drie jaar geleden hielp om het orkest opnieuw op te richten, deelden veel mensen emotionele berichten online. Sommige mensen schreven: ‘Het voelde weer zoals vroeger, bedankt hiervoor.’ Ik vroeg of ze die woorden wilden inspreken voor mijn performance.”

Tijdens het onderzoek veranderde ook María’s kijk op muziek maken en haar toekomst als muzikant. “Ik ben altijd supergefocust geweest op goed viool spelen. Ik dacht vroeger vooral dat ik in een groot orkest moest spelen. Dat wil ik nog steeds, maar door mijn onderzoek begon ik muziek anders te bekijken. Ik ontdekte hoeveel muziek kan betekenen voor een gemeenschap, dat het herinneringen kan bewaren en dat het iets kan teruggeven aan een stad. Daardoor veranderde ook mijn idee van succes. Ik voel me nu niet meer alleen trots als ik goed speel, maar ook als ik iets kan betekenen voor andere mensen.”
Na haar afstuderen wil María daarom blijven spelen en lesgeven, maar ook nieuwe muziekprojecten opzetten in haar regio. “Ik droom van een orkestproject waarin kinderen samen kunnen spelen met professionele muzikanten. Vroeger was het orkest ook een soort school. Nu is het orkest er weer, maar nog niet zo’n plek waar kinderen echt samen leren spelen. Dat wil ik graag opbouwen.”
Tegen studiekiezers die twijfelen of hun eigen achtergrond interessant genoeg is voor artistiek onderzoek zegt María: “Misschien lijkt iets op het eerste oog helemaal geen kunst, maar je kunt kunst maken van iets wat veel voor je betekent. De waarde zit niet in hoe groot of bijzonder een onderwerp lijkt, maar in hoe persoonlijk en eerlijk je ermee werkt. De muziek is soms niet eens het doel. Het kan ook een manier zijn om iets belangrijks met mensen te communiceren.”