Laurien Booij

Interieurarchitectuur - bachelor - Zwolle - 2026

Het kan wél: van uitzondering naar uitgangspunt

In Nederland leeft zes op de tien mensen met een beperking, zichtbaar of onzichtbaar. Toch hoor ik nog vaak de term de 'normale' mens; alsof iedereen die daarvan afwijkt per definitie buiten de norm valt. In de praktijk wordt deze norm nog steeds als uitgangspunt genomen in het ontwerpen van gebouwen: vooral gericht op mensen die zonder moeite kunnen zien, horen, lopen, navigeren en anticiperen. Binnen de ontwerppraktijk wordt een groot deel van de samenleving niet als uitgangspunt genomen, maar als uitzondering. Een beperking wordt gezien als een probleem dat opgelost moet worden, in plaats van een fundamenteel onderdeel van de menselijke diversiteit.

Toegankelijkheid en inclusiviteit worden vaak benaderd als technische toevoegingen. Een helling aan de achterkant van een gebouw of een extra groot bord met de routing. Functioneel, maar deze oplossingen maken juist zichtbaar wie niet binnen de norm van het oorspronkelijke ontwerp past. Daarin blijft toegankelijkheid een toevoeging in plaats van een fundamenteel onderdeel van het ontwerp.  

Toegankelijkheid en inclusiviteit gaan voor mij verder dan het voldoen aan meetbare eisen of het toevoegen van technische oplossingen. Een ontwerp is pas echt inclusief als mensen met een beperking zich erin gezien voelen. Dat betekent dat hun identiteit, behoeften en manier van ervaren vanaf de eerste penstreek op papier erkend en volwaardig betrokken worden. Een omgeving biedt dan ruimte voor verschillende manieren van waarnemen en bewegen, waarin deze doelgroep zich niet hoeft aan te passen om te kunnen deelnemen.  

Mensen met een beperking ervaren ruimte door het inzetten van meerdere zintuigen: auditief, tactiel, geur, zicht en temperatuur. Het inzetten van meerdere zintuigen biedt zo kansen om architectuur op een meer inclusieve manier vorm te geven. Door niet één manier van waarnemen centraal te stellen, maar meerdere zintuigen gelijkwaardig te benaderen, ontstaat er ruimte voor verschillende manieren van beleven, zonder mensen uit te sluiten.  

Dit is het uitgangspunt geweest voor een museum op Ameland waarbij elementen van het eiland die ontoegankelijk of niet vanzelfsprekend zijn voor mensen met een fysieke beperking, op verschillende zintuigelijke wijze te ervaren zijn. Niet door beperkingen op te lossen, maar ze juist als uitgangspunt te nemen.  

Toch zijn ook op Ameland veel plekken ontoegankelijk of niet vanzelfsprekend te ervaren: de zee, de duinen of delen van de natuur en het daarbij ervaarbare gevoel. Het museum vertaalt deze plekken naar zintuiglijke ervaringen. De zee wordt hoorbaar, voelbaar, misschien zelfs ruikbaar. Het landschap wordt niet alleen bekeken, maar beleefd. Zo wordt Ameland ervaarbaar voor mensen voor wie het fysieke landschap niet vanzelfsprekend toegankelijk is.  

In mijn ontwerp streef ik ernaar om zoveel mogelijk mensen deze zintuiglijke kwaliteiten van Ameland te laten ervaren. Niet door één gelijke ervaring te bieden, maar door meerdere manieren van ervaren naast elkaar te laten bestaan. Het museum wordt zo een plek die gevoel en beleving overbrengt, die de gebruiker innerlijk raakt en uitnodigt om op zijn eigen manier te ontdekken. Dit gaat verder dan iets visueels en kan juist ook het ontastbare omvatten, net zoals het hebben van een beperking soms onzichtbaar is.  

laurienbooij@gmail.com 

Laurien Booij

Interieurarchitectuur - bachelor - Zwolle - 2026

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 10 juni 2026

Sta jij op deze pagina? En heb je een opmerking? Mail naar de redactie.