Foto: Nico van Maanen
Inleiding
Na het overlijden van mijn vader ontdekte ik tijdens mijn terugkeer naar werk hoe weinig ruimte er leek te bestaan voor de werkelijkheid van rouw. Die rouw zorgde voor enorme blokkades in mijn hoofd. Cognitief liep alles vast. En waar alles in mijn leven even grijs werd, dacht mijn werkgever vooral in zwart-wit. Na mijn vader verloor ik ook mijn baan.
Die ervaring vormde het vertrekpunt voor dit onderzoek.
In De Kunst van Laten Stikken onderzoek ik via artistieke en textiele interventies hoe vrouwen de terugkeer naar werk na rouwverlof ervaren. Veel ervaringen rondom verlies laten zich moeilijk verwoorden. Door te werken met stof, materiaal, verbeelding en gesprek ontstond ruimte om zichtbaar te maken wat vaak impliciet blijft.
De maakprocessen en gesprekken brachten verhalen naar voren over ruimte, afstemming, verlies, herstel en de invloed van de werkomgeving.
Terugkeer naar werk bleek niet alleen een individueel, maar vooral ook een relationeel proces. Opvallend was dat niet zozeer de intentie van de ander, maar de mate van afstemming bepaalde of ruimte ontstond voor rouw of juist verdween.
Juist in het maken ontstond ruimte voor ervaringen én inzichten die in gesprekken niet altijd naar voren komen.
Visie
Als artisteducator ben ik geïnteresseerd in hoe kunsteducatie ruimte kan maken voor ervaringen die moeilijk onder woorden te brengen zijn. Ik werk niet vanuit een vaste educatieve context, maar onderzoek hoe artistieke processen kunnen bijdragen aan betekenisgeving, ontmoeting en leren in het leven zelf.
In mijn werk spelen verbeelding, materialiteit en relationele afstemming een belangrijke rol. Ik geloof dat kennis vooral ontstaat door maken, voelen, vertragen en ervaren.
Daarom werk ik graag met tactiele materialen en artistieke interventies die mensen uitnodigen om hun ervaringen op een andere manier te onderzoeken.
Kunsteducatie is voor mij een gezamenlijke zoektocht. Een avontuur waarin niet alles vooraf vastligt. Waar vanuit vertrouwen, relationele afstemming en lef tijdens het maakproces ruimte ontstaat voor nieuwe inzichten en waardevolle verbindingen.
“Waar woorden tekortschieten, maakt verbeelding patronen zichtbaar”
Urgentie
Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met verlies. Toch lijkt de werkvloer vaak vooral ingericht op doorgaan. Daardoor ontstaat gemakkelijk een zwart-wit beeld: je werkt of je bent afwezig. Terwijl rouwwerk zich juist dynamisch moet kunnen bewegen tussen verlies en herstel.
Juist doordat zoveel mensen terugkeren naar werk na verlies, is het belangrijk beter te begrijpen welke rol de werkomgeving daarin speelt.
Wat mij intrigeerde, was niet alleen hoe vrouwen die terugkeer ervaren, maar vooral wat zichtbaar wordt wanneer die ervaringen niet alleen besproken, maar ook verbeeld worden. Juist in het maken ontstonden inzichten die anders gemakkelijk onzichtbaar blijven.
Doel
In mijn werk als docent binnen het hoger onderwijs wil ik mijn artisteducatorschap verder verweven en artistieke werkvormen inzetten om ruimte te maken voor zelfonderzoek, ontmoeting en professionele ontwikkeling. Ik geloof dat betekenisvol leren niet alleen plaatsvindt binnen het onderwijs, maar juist op het snijvlak van opleiding, werk en leven.
Verbeelding kan helpen om te vertragen bij vragen over identiteit, waarden en normen en mens-zijn.
Mijn ambitie is om leeromgevingen te creëren waarin studenten zich veilig voelen om zichzelf én de ander nieuwsgierig en met een open blik tegemoet te treden. Op school, op hun werk, in hun verdere leven.
Foto: Judith van Zwieten
Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 25 juni 2026
Sta jij op deze pagina? En heb je een opmerking? Mail naar de redactie.






